Personaliseer een tekening door afbeeldingen te importeren als aangepaste materialen. De bestanden die u kunt importeren zijn: jpg, jpeg, tga, dds, png.
Ze kunnen worden toegewezen aan elk tekenoppervlak, bijvoorbeeld als raamachtergrond of als vloertekstuur.
Volg de volgende stappen om een aangepast materiaal toe te voegen:
- Klik in uw ontwerp op het pictogram Kleurinstellingen bewerken:
- Klik in het venster Materiaal toewijzen aan oppervlak op de knop Materiaal selecteren… aan de rechterkant.
- Selecteer in het venster Materiaalkeuze onder de sectie Selecteer materiaalbibliotheek Zelf gedfinieerd voor het alternatief:
- Klik op Bestad importeren
- Blader naar het materiaalbestand dat u wilt importeren en druk op OK.
Na het succesvol importeren van het materiaal opent het venster Eigenschappen van klantmateriaal. U kunt verschillende functionaliteiten aan elk geïmporteerd materiaal toewijzen:
- Naam: Bewerk hier de naam van uw materiaal.
- Uitrekken naar oppervlakgrootte: Deze instelling is standaard aangevinkt en zal de afbeelding uitrekken tot de grootte van het geselecteerde oppervlak.
- Specifieke grootte: Als u wilt dat uw materiaal zich herhaalt met een specifieke breedte en hoogte op een tekenoppervlak, moet deze optie worden aangevinkt. Deze optie moet worden gekozen voor tegelmaterialen.
- Uiterlijk oppervlak: In het keuzemenu zijn er 6 standaard sjablonen van “Extra mat” tot “Glans 100%”. De 7de optie “door gebruiker gedefinieerd” kan worden gebruikt om de waarden voor glans en reflectiviteit handmatig in te stellen.
- Is tegel: Als er bij punt 2 een specifieke grootte is gedefinieerd, zorgt het aanvinken hiervan ervoor dat de voegfunctie in het dialoogvenster “Materiaal toewijzen” wordt ingeschakeld.
- Weergeven in lijntekening: Als u de textuur van een elektrisch apparaat hebt geïmporteerd, wilt u mogelijk dat er een symbool wordt weergegeven in de lijntekenmodus van perspectief en aanzicht. Door deze optie aan te vinken, kunt u via extra dialoogvensters kiezen tussen verschillende symbolen zoals kookplaten of ovens.
- Gebruik van alfakanaal: Als uw geïmporteerde afbeelding een alfakanaal bevat (bijv. in een tga-bestand), kunt u beslissen of deze gegevens moeten worden gebruikt als “transparantiemap” of “3D bumpmap”.
Bevestig uw instellingen en druk op OK. De afbeelding wordt nu vermeld in het venster Materiaalkeuze.